Toegang tot het beroep

De toegang tot het beroep van wegvervoerondernemer wordt geregeld bij verordening (EG) nr. 1071/2009 en de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en haar uitvoeringsbesluiten.

Algemeen

Om toegang te hebben tot het beroep van wegvervoerder van goederen voor rekening van derden,  moet de kandidaat-vervoerder aan 4 wezenlijke voorwaarden voldoen:

  • een daadwerkelijke vestiging in België hebben;
  • voldoen aan de voorwaarde inzake vakbekwaamheid: ten minste één natuurlijke persoon, die de vervoerwerkzaamheden van de onderneming permanent een daadwerkelijk leidt, moet houder zijn van een getuigschrift van vakbekwaamheid, te weten:
    • ofwel een getuigschrift van vakbekwaamheid uitsluitend geldig voor het nationaal vervoer.  Dit soort getuigschrift wordt sinds 1991 niet meer afgegeven.
    • ofwel een getuigschrift van vakbekwaamheid geldig voor nationaal en internationaal vervoer. Dit soort getuigschrift wordt afgegeven door de FOD Mobiliteit en Vervoer aan de kandidaten die geslaagd zijn voor een examen waarvan de praktisch organisatie is toevertrouwd aan het ITLB.
  • Voldoen aan de voorwaarde inzake betrouwbaarheid: de onderneming zelf, de natuurlijke personen belast met het dagelijks bestuur en de vervoersmanager mogen geen:
    • Beroepsverbod hebben opgelopen;
    • Bepaalde in de vervoerswet opgesomde ernstige strafrechtelijke veroordelingen hebben opgelopen;
    • Ernstige inbreuken op de vervoerswetgeving hebben gepleegd.
  • voldoen aan de voorwaarde inzake financiële draagkracht: de vervoeronderneming moet aantonen dat zij een borgtocht heeft gesteld van 9.000 euro voor het eerste motorvoertuig (eerste kopie van haar vervoervergunning) en 5.000 euro voor elk bijkomend motorvoertuig (d.w.z. voor elke bijkomende kopie van haar vervoervergunning). De kopieën van de vervoervergunning zijn slechts vereist voor de motorvoertuigen.

Voorbeeld 

Een vervoerder heeft een trekker en een oplegger evenals een vrachtwagen. Hij moet 2 kopieën van zijn vervoervergunning aanvragen (d.w.z. één voor elk van de twee motorvoertuigen maar geen voor de oplegger). De borgtocht is voor deze 2 kopieën van de vervoervergunning vereist en bedraagt dus € 9.000 + € 5.000 = € 14.000.

Deze borgtocht moet worden gesteld door een kredietinstelling (bank,...), een verzekeringsonderneming, een vennootschap van gezamenlijke borgstelling of via een deposito in geld bij de Deposito- en Consignatiekas.