Passagiersrechten

Verordening 181/2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers van 16 februari 2011 heeft als doelstelling de passagiersrechten in het autobus- en touringcarvervoer te verbeteren. Het resultaat van deze verordening is een meer betrouwbare en kwaliteitsvollere dienstverlening voor deze passagiers. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2013.

Overzicht

Wat is het toepassingsgebied van deze verordening?

De verordening is in zijn geheel van toepassing op geregeld vervoer met een geplande reisafstand van 250 km of meer. In dit geval kan u zich beroepen op de volgende rechten:

  • Niet-discriminerende contractvoorwaarden;
  • Vergoeding en bijstand bij ongevallen;
  • Rechten van personen met een handicap of beperkte mobiliteit;
  • Rechten van de passagier in geval van annulering of vertraging;
  • Algemene regels betreffende informatie en klachten.

Op geregeld vervoer van minder dan 250 km zijn slechts een aantal basisbepalingen van toepassing:

  • Niet-discriminerende contractvoorwaarden;
  • Recht op vervoer voor personen met beperkte mobiliteit;
  • Compensatie voor mobiliteitshulpmiddelen;
  • Reisinformatie;
  • Indiening van klachten.

De verordening is ook van toepassing op ongeregeld vervoer, maar nagenoeg enkel betreffende de vergoeding en bijstand bij ongevallen.

 

Welke bijzondere rechten hebben reizigers met een handicap of beperkte mobiliteit?

Vervoersondernemingen mogen het vervoer niet weigeren aan personen op grond van hun beperkte mobiliteit, tenzij de algemene veiligheid in het gedrang komt of tenzij dit onmogelijk is gelet op de structuur (design) van het voertuig. Bovendien hebben deze personen recht op (kosteloze) bijstand in aangewezen terminals en in de autobus- en touringcar zelf. Tenslotte voorziet de verordening in een handicapgerelateerde opleiding voor personen die deze bijstand dienen te verlenen.

 

Wanneer kan ik klacht indienen bij de FOD Mobiliteit en Vervoer?

Passagiers kunnen, wanneer hun rechten geschonden zijn, klacht indienen bij de handhavingsinstantie bij de FOD Mobiliteit en Vervoer op voorwaarde dat zij in eerste instantie klacht hebben ingediend bij de vervoerder.

De handhavingsinstantie bij de FOD Mobiliteit en Vervoer behandelt uitsluitend klachten in geval van internationaal geregeld vervoer. In geval van nationaal geregeld vervoer dienen de passagiers zich te wenden tot de handhavingsinstanties van de gewestelijke overheden.

Wat betreft het ongeregeld vervoer kan enkel bij de betrokken vervoersonderneming klacht worden ingediend.

Onderaan kunt u de verordening downloaden alsook een samenvatting hiervan.